Wet Verbeterde Poortwachter

17 Juli 2014

POORTWACHTER

Eind vorige eeuw werd nog eens duidelijk dat de aanpak met arbodiensten niet verder kwam dan een bureaucratische aanpak, een schijnvertoning. Het juist invullen van formulieren was belangrijker dan het resultaat, de re-integratie in werk. Met de Wet Poortwachter moest het roer om. Geen negatieve blik vanuit arbeidsongeschiktheid, maar een positieve kijk vanuit arbeidsgeschiktheid, het standpunt dat iedereen kansen heeft. Demedicaliseren zou moeten leiden tot de aanpak van motivatie en aanzet om weer aan de slag te gaan. Hierbij zou een centrale rol zijn weggelegd voor de casemanager.

 

Die rol kan door vele functionarissen intern en extern worden ingevuld. Belangrijk is de verbindende, rol, waarbij het vertrouwen van beide partijen dus zowel werkgever als werknemer aanwezig is. Daarbij beperkt diens rol zich niet tot de procesgang! Het inzetten van de juiste interventie op het juiste moment vraagt meer betrokkenheid en inzicht in het verzuim. De controle op de voortgang hiervan is daarbij heel belangrijk. Vervolgens is inbreng nodig bij het toetsen van het effect, de juiste vervolgactie voor herstel van de werksituatie, waarbij kennis van de werkplek en de omstandigheden essentieel zijn.

 

Binnen de multidisciplinaire aanpak is al vanaf het begin de meerwaarde gezien in overleg met werkgever om tijdig problematiek te onderkennen en aan een oplossing te werken. De bedrijfsarts, maar ook de arbeidsdeskundige zijn hierbij belangrijk om voortvarend het traject terug naar werk op te stellen en tijdig te evalueren.

 

Belangrijk in de aanpak van de Wet Verbeterde Poortwachter is allereerst de betrokkenheid van de werknemer, een proactieve opstelling. Dit begint met duidelijkheid verstrekken over zijn positie en financiële belangen voor hemzelf!   Deze bewustwording moet zo nodig ondersteund worden door de casemanager of een (externe) coach. Een snelle adequate aanpak is vereist, omdat kansen met de tijd snel verstrijken. De actieve houding van werknemer moet uiteindelijk de doorslag geven of hij weer aan het werk komt of niet!

 

De werkgever moet hem hierin ondersteunen en kansen bieden. Als dat niet meer binnen het bedrijf kan, zal daarover verantwoording moeten worden afgelegd via een neutraal onderzoek door een arbeidsdeskundige. Daarbij zal ook duidelijk moeten worden welke kansen elders op de arbeidsmarkt liggen en welke ondersteuning daarvoor gerealiseerd is. Werkgever moet daarvan verantwoording afleggen via het RIV (re-integratieverslag). Blijft werkgever daarin achter naar oordeel van UWV, dan zal hij een derde jaar het loon moeten doorbetalen en ook daarna loopt hij het risico dat een ontslagvergunning geweigerd wordt.

 

© 2012 - 2018 Acces Arbeidsdeskundigen